Om over na te denken juli 2019

Pastoraat

Kort geleden spraken we in de raad over de pastorale zorg in de gemeente. We stelden met blijdschap vast dat we erin geslaagd waren om Margreet Kolbe voor deze belangrijke taak aan onze gemeente te binden. Onderlinge zorg is de basis, maar een professionele pastoraal werker heeft meerwaarde en kan inspireren, leren en ondersteunen in lastige situaties.
Indertijd heeft de gemeente nadrukkelijk uitgesproken een pastoraal werker te willen, nu een eigen voorganger in onze krimpsituatie niet meer tot de mogelijkheden behoort. Goed pastoraat is voor ons als gemeente met vooral ouderen, met alle vragen en uitdagingen die bij het ouder worden horen, immers belangrijk om geestelijk gezond te blijven.
Nadat we dit in de raad opnieuw hadden bevestigd ontstond een gesprek over de vraag hoe het dan zou komen dat nogal vaak het geluid klinkt: “Ik heb het niet zo nodig hoor, dat je op bezoek komt”. Wat zegt dat? Wat zou achter deze reactie kunnen zitten? Het lijkt me interessant om dat eens uit te zoeken en het gesprek erover aan te gaan. Ik geef een aantal mogelijke verklaringen voor zo’n terughoudende reactie op een voorstel voor een pastoraal bezoek.
Uit mijn eigen verleden, en u heeft die ervaringen waarschijnlijk zelf ook wel, ken ik het pastorale bezoek als iets met een zekere zwaarte en gewichtigheid. Er zat vaak iets in van, nu moet je met de billen bloot en zal blijken dat je maar een kleingelovige bent, te weinig naar de kerk gaat, te weinig doet of geeft. Een vermanende vinger werd opgestoken. De bijbel werd plechtig opengeslagen. Er werd voor je gebeden dat je trouw en standvastig zou blijven of weer zou worden. Het kan zijn dat zulke oude beelden nog in onze hoofden spoken als we de vraag krijgen om een afspraak te maken voor een pastoraal bezoek.
Het kan ook zijn dat we ronduit negatieve ervaringen hebben opgedaan in vroeger tijden. Niet in onze waarde zijn gelaten, niet respectvol zijn behandeld. Dat onze wijze van denken of doen eigenlijk niet werd getolereerd. Dat er over onze gevoelens heen werd gewalst.
Een andere ervaring die ons terughoudend kan maken om enthousiast te reageren op de uitnodiging is dat we er geen vertrouwen (meer) in hebben dat, als we open zijn over ons geloof en onze twijfels en daarmee kwetsbaar zijn, alles ook binnenskamers blijft. Dat er niet wordt gelekt en we niet van een broeder of een zuster op een gegeven moment iets horen dat we in vertrouwen hebben gedeeld.
Natuurlijk kan het ook zo zijn dat we oprecht van mening zijn dat andere broeders en zusters in onze gemeente de (altijd schaarse) pastorale zorg meer nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat bij hen sprake is van een ernstige ziekte, de naderende dood, zorg om kinderen, of iets anders.
Vaak is er echter, denk ik, op zijn minst een zekere schroom te bespeuren. Schroom om te vertellen over hoe je in het leven staat. Wat je fijn vindt en wat niet. Wat je verlangens zijn. Waar je bang voor bent. Wat je zeker weet en waaraan je twijfelt. We denken dat we in een tijd leven waarin alles open en bloot wordt gedeeld met elkaar, mede dank zij de sociale media. Ik denk echter dat het vaak heel oppervlakkig is en dat echte gesprekken schaars zijn en worden vermeden. Je moet er immers meer moeite voor doen, vertrouwen opbouwen, investeren in verbinding. Het kost tijd en maakt je kwetsbaar. Vaak komen we -ook als broeders en zusters- niet veel verder dan de mantra: “Alles goed? Ja, hoor en met jou ook? Ja ook goed. Zie je”.
Zou het ook zo kunnen zijn dat we een pastoraal gesprek leren zien als een cadeautje? Iets dat mooi en fijn is om te mogen ontvangen. Een uurtje echte aandacht voor onze vragen en twijfels, voor hoop, wanhoop misschien, boosheid maar ook voor onze blijdschap. Iets kunnen delen van ons leven als christenman of christenvrouw in deze tijd waarin alles mogelijk lijkt maar die we ook vaak ervaren als verwarrend, chaotisch. Gewoon kunnen delen hoe je in het leven staat, wat geloven in God voor je betekent. Misschien ook wat het niet meer betekent. Waarover je anders bent gaan denken. Wat je kunt doen voor je kinderen die vaak niet meer in de kerk komen en niet bezig zijn met geloof. Wat je meemaakt als je wereld klein wordt omdat geliefden wegvallen en jijzelf steeds minder kunt. Hoe het verder moet met ons land dat in verhitte discussies is gewikkeld over culturele en religieuze verschillen en wat ze betekenen voor onze identiteit. Wat een christelijke houding behoort te zijn tegenover vluchtelingen en wat dat betekent voor ons eigen bestaan. Hoe we als christenen beter kunnen zorgen voor de schepping.
Dit is slechts een handvol onderwerpen. Er is zoveel te delen en uit te wisselen!
We geloven in een God met wie je alles kunt bespreken en alles kunt delen. Die altijd trouw blijft. Die liefde is. Wat zou het mooi zijn als we met deze basis in onze gedachten, vaker en zonder schroom ook met elkaar zouden durven delen wat ons bezig houdt. Onderling, in een pastoraal gesprek of in welke vorm dan ook. Zoals bijvoorbeeld in onze gespreksgroep.
Het kan ons helpen, troosten, doen groeien, blij maken. Ik denk dat een levende, een vitale gemeente niet zonder kan.

Herman de Boer