Om over na te denken januari 2019

Toekomstverwachting?

‘Als ik ‘toekomstverwachting’ zeg, wat is dan het eerste waar u aan moet denken of welke associatie roept dit bij u op?” Dat was mijn ‘openingsvraag’ tijdens de laatste bijbelgespreksgroep op 18 december 2019. Dat was nog middenin de adventstijd, waarin we teksten hoorden uit Jesaja over een vrederijk waar wolf en lam samen liggen (Jesaja 11) of uit Micha (4) waar het beeld wordt opgeroepen dat er geen oorlog meer wordt geleerd en zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen.
De gedachten binnen de groep waren zeer verschillend. Een paar reacties:
“De toekomst wordt steeds kleiner. Het verleden steeds groter.”
“De toekomst zal mooi zijn. Een verrassing. Geen idee hoe precies, maar mooi.”
“Er zal veel gebeuren. De bijbel spreekt er al over: oorlogen en rampen.”
“Ik ben o zo benieuwd. We kunnen stééds meer. De wereld zal veranderen en ik vind het jammer dat ik dat allemaal niet zal kunnen meemaken.”
Zo hebben we allemaal verschillende gedachten en beelden van de toekomst. De een betrekt het allereerst op het eigen leven, een ander op de wereld. ‘Oud en nieuw’ is vast ook zo’n moment om het nieuwe jaar in te kijken. Wat verwacht je? Er is verschil in het denken over de toekomst op korte termijn en langere termijn. Een jonge vader vroeg me of ik geloof dat zijn kind het beter zal krijgen dan hij als je kijkt naar de ontwikkelingen in Nederland. Wat is ‘beter’? Meer welvaart? Kansen voor iedereen? Onderlinge verbondenheid? Een minder vervuild land? Een CO2 neutraal klimaat? Vrede?
In mijn boekenkast staat een boekje van Dr. H. Berkhof, met als titel Gegronde verwachting. Schets van een christelijke toekomstleer. Daarin luiden de eerste zinnen: “Er is alle reden om van een crisis der christelijke toekomstverwachting te spreken. Jezus was in zijn prediking vervuld van de toekomst, en ook Paulus en de andere schrijvers van het NT waren radicaal op de toekomst gericht, hoewèl of liever omdát ze wisten dat in Christus de toekomst al begonnen was. Geheel anders staat het er vandaag de dag voor met de grote meerderheid van de christelijke kerken. Wij zijn niet vervuld van de toekomst; zij speelt in ons bewustzijn vaak niet meer dan een vage rol aan de rand. Nu kunnen wij daarover wel aan onszelf en elkaar verwijten gaan doen. Maar daar schieten we niet mee op. Laten we liever eerst vragen waaróm de christelijke toekomstverwachting ons zo weinig meer zegt.’
Vervolgens behandelt hij vele aspecten van de ‘leer der laatste dingen’ waarin gesproken wordt over de opstanding der doden, de wederkomst van Christus, dat Christus zal oordelen de levenden en de doden en het eeuwige leven. En de vraag of we geloven dat deze wereld in een oogwenk op het blazen van de bazuin zal veranderen, dat Jezus op de wolken zal verschijnen, de graven worden geopend en Christus op de rechterstoel de boeken zal openen en het hemelse Jeruzalem kant en klaar als stad op aarde zal nederdalen.
U begrijpt: er is veel over te zeggen en om over na te denken. Berkhof spreekt van een ‘crisis’. Het boekje verscheen in…1967. We zijn nu ruim 50 jaar later.
Zijn conclusie is dat de Bijbelse lijn voortdurend duidelijk maakt: de toekomst is al begonnen. Mensen mogen leven met hoop. Je mag niet rekenen op een automatisch voortgaan van bepaalde ontwikkelingen, maar je ontdekt dat er een God is die trouw is en ‘om Christus die gisteren en heden dezelfde is en tot in eeuwigheid, om de Geest die het werk dat hij begonnen is, ten einde toe zal voortzetten.’ Hoop is er dus niet vanuit gemis en onzekerheid (‘later wordt alles beter, nog even volhouden’) maar vanuit wat je als gelovige al ontvangen hebt in Christus en door de Geest.
Later in zijn christelijke dogmatiek schrijft Berkhof over God als de alpha en omega, de eerste en laatste letters van het (Griekse) alfabet. God staat aan het begin en aan het einde. Alomvattend.
Over de toekomst valt veel na te denken. Ook als het gaat over de toekomst van onze gemeente. Ook daarover werd tijdens de gespreksgroep al kort iets tegen elkaar gezegd. Een paar dagen daarna schrijft de raad een brief met de dringende oproep over die toekomst van de gemeente na te denken. “We hebben al vaker met elkaar gesproken over onze situatie als kleine gemeente en dat het niet makkelijk is om, rekening houdend met de hoge leeftijd van de leden en vrienden en bescheiden ledenaantal onze zelfstandigheid overeind te houden.”
We hebben een enquête kunnen invullen. Over onze visie en verwachtingen van de toekomst voor deze gemeente. Ook daar zal zeer verschillend op gereageerd zijn.
Genoeg om over na te denken én hopelijk zorgvuldig met elkaar in gesprek te zijn. Voor mij is de trouw van God de basis. Hoe het ook verder gaat, met mij persoonlijk, de gemeente of deze wereld.
Denkt u mee?

Wout Huizing