Om over na te denken juni 2020

 We mogen weer!

“We mogen weer!”: luidde de kop boven een mail die ik ontving om toch maar weer snel die vakantie te boeken die ik zo gemist had. Er is weer perspectief. De IKEA’s zijn open, de meeste andere winkels ook. Hoewel er misschien een blijvende verschuiving naar online inkopen heeft plaatsgevonden. Steeds meer mensen gaan weer naar hun kantoor. De dagelijkse fileberichten zullen de dagelijkse Coronaberichten gaan verdringen. De horeca kan niet wachten om u welkom te heten. Stadspleinen worden omgebouwd tot terrassen om maar zoveel mogelijk klanten te kunnen bedienen.
Het leven kan weer geleefd worden. Het leven gedefinieerd als werken, kopen, uitgaan, vakantievieren, je vrienden en vriendinnen ontmoeten en jezelf verwennen. Het gewone dagelijkse leven keert langzaam maar zeker weer terug. De kinderen weer naar school, de ouders weer naar het werk. Voorzichtig weer elkaar ontmoeten als familie. Als opa, oma en kleinkinderen.
Ik voel me ambivalent staan tegenover wat er allemaal gebeurt. Natuurlijk, de schoorsteen moet roken. Er moet weer gewerkt, geleerd en gerecreëerd worden. Er is al zoveel schade geleden. Schade die in veel gevallen zal leiden tot faillissementen, ontslagen, onzekerheden. Maar ik denk ook aan die heilzame stille stad, de rustige sfeer, de tijd voor reflectie, meditatie, een goed boek, de blauwe lucht, de vogelgeluiden. Is dat allemaal weer als sneeuw voor de zon verdwenen? Zijn dat geen waarden waarvoor ook ruimte dient te zijn? Of is dat niet in te passen in ons leven en in onze drukke randstad? Wat zouden we echt anders willen doen in ons dagelijkse leven? Wat leren we van deze crisis? Wat willen we vasthouden en bewerken tot nieuw gedrag, nieuwe gewoonten?
Kerken zijn eveneens druk bezig weer op te starten. Ze zijn enthousiast begonnen met het opstellen van protocollen om het gemeentelijke leven zo veilig mogelijk te laten verlopen. De creativiteit die losbarstte in de vorm van online vieringen blijft misschien nog even, maar de behoefte is groot om samen te vieren en samen God te ontmoeten, de Bijbelverhalen te horen en te overdenken. Elkaar weer live te kunnen begroeten en ontmoeten. Dat is kerk van Jezus Christus zijn. Zó willen we het zo snel mogelijk weer. De extra regels om besmettingen met het Covid 19 virus te voorkomen nemen we op de koop toe. Straks mogen we weer! Ook in onze eigen gemeente zijn deze stemmen te horen. Zij het naast stemmen die aarzelender klinken of beslist zeggen dat het nog niet de tijd is om weer diensten te gaan houden. De geluiden zijn divers.
De afgelopen maanden zijn er in onze omgeving ook nieuwe initiatieven ontstaan. Sjoukje vertelde in de vorige Mirtepraat uitvoerig over de vele activiteiten in Moerwijk. Over de voedselbank en de vrijgevigheid van tuinders uit het Westland. De actie van Ben Lachman van Resto van Harte die voor zo’n 10.000 behoeftige bewoners van Moerwijk en andere Haagse wijken maaltijden heeft gemaakt en heeft laten rondbrengen. De inzet van vrijwilligers van Geloven in Moerwijk, de Marcuskerk, de Nebokerk en ook de Mirtekerk. Er is veel creativiteit en inzet zichtbaar geworden. We weten natuurlijk al lang dat de wijk waar onze kerk staat een wijk is waar veel mensen leven die het moeilijk hebben. De crisis maakt de armoede, de eenzaamheid, de lichamelijke en psychische problematiek, de soms gebrekkige woonomstandigheden, duidelijker en schrijnender zichtbaar.
Kortom: we hebben in deze maanden van crisis ook nieuwe uitdagingen gevonden. We ontdekten mooie vieringen, online of op tv. We onderhielden de onderlinge contacten met een telefoontje, een appje of een kaartje. We raakten als Mirtekerk betrokken bij de nieuwe initiatieven in Moerwijk.
En straks: dan mogen we weer! Toch? U voelt misschien mijn aarzeling in deze woorden doorklinken. We zijn immers als gemeente al langer bezig met de vraag hoe we geloofwaardig met de steeds kleiner wordende groep kunnen doorgaan op de manier waarop we dat zoveel tientallen jaren gewend zijn geweest. Het werk om de gewone zondagse vieringen mogelijk te maken kan door steeds minder mensen worden gedaan. Dit werk zal flink toenemen om te kunnen voldoen aan de nieuwe veiligheidseisen waaraan moet worden voldaan om het Covid 19 virus geen nieuwe kansen te geven.
Is het (mijn) gebrek in geloof om te twijfelen aan de haalbaarheid hiervan of getuigt het van gezond realisme? Aan de andere kant zie ik wel degelijk de kansen die de beschikbare en open Mirtekerk in Moerwijk biedt en onze betrokkenheid daarbij. Kunnen we op die wijze ook kerk zijn?
Bij het opruimen van mijn bureau (ook één van de goede dingen van deze crisistijd) vond ik een kladje met een aantekening waarvan ik niet meer weet of ik die zelf heb bedacht of ergens heb gelezen. Er stond op dat veel kerkdiensten soms net pantoffeldiensten zijn. Je zit gezellig binnen bij elkaar, je warmt je aan elkaar en aan de goede woorden die gesproken worden en hebt het goed. Buiten is ver weg, een andere wereld. Als je echter naar buiten wilt moet je je pantoffels uittrekken en het liefst stevige schoenen zoals bergschoenen aantrekken. Schoenen die de ruwe wegen die je moet gaan aan kunnen. Die tegen een stootje kunnen en een goed profiel hebben om te voorkomen dat je uitglijdt of valt. Ga je op je pantoffels naar buiten dan doet de weg pijn aan je voeten en heb je geen grip. In de Psalmen wordt gezongen van het vertrouwen in een God die je zal beschermen op je gevaarlijke wegen door het leven, maar dat neemt volgens mij niet weg dat je zelf wel goed schoeisel moet aantrekken.
De Mirtekerk staat in een wijk waar je vaak bergschoenen nodig hebt. De meesten van ons zijn oud en kwetsbaar en dragen misschien vaker pantoffels of lichte schoenen dan stevige stappers. Daar is niets mis mee, het is nu eenmaal de huidige levensfase van velen van ons en van onze gemeente.
Wat te doen? Op welke wijze kunnen we recht doen aan de vanzelfsprekende behoefte om weer samen te komen en samen te vieren en hoe kunnen we onze presentie in de wijk voortzetten en versterken?
Eindigt deze “over na te denken” dan met een vraag? Nee, ik weet ook dat als u dit leest het Pinksterfeest nog maar vlak achter ons ligt. Het feest van de Geest die zich niets aantrekt van leeftijd, kerkmuren, arm of rijk, of wat dan ook, maar de Geest die waait waarheen Hij wil. Ik eindig dan ook met de bede dat die Geest bij ons mag waaien en ons zal leiden bij de keuzes die we als gelovigen moeten maken.

Herman de Boer