Om over na te denken juni 2019

Veelkleurig

Deze maand vieren we Pinksteren. Voor de één een héél belangrijk feest in de kerk, voor een ander een feest vol vragen en vaagheid wellicht. Wat is die ‘uitstorting van de Heilige Geest’?

Mij boeit altijd weer hoe in Handelingen 2 wordt beschreven dat al die verschillende mensen uit verschillende landen en streken verzameld waren in Jeruzalem voor het Joodse oogstfeest. Op dat moment gebeurt er iets, dat de ‘uitstorting van de Heilige Geest’ is genoemd. En in Handelingen 2 staat dan over de leerlingen van Jezus:

En allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.

De leerlingen konden zich niet meer stil houden toen de Heilige Geest kwam. En wonderlijk is dat alle mensen die hen hoorden spreken – uit al die verschillende landen – hen verstonden. Het is het wonderlijke feest van elkaar verstaan.

In de kerk spreken wij vaak ook verschillende ‘talen’. Soms letterlijk, maar vooral figuurlijk spreken we verschillende ‘geloofstalen’. Het is soms niet eenvoudig elkaar te verstaan. Het valt niet altijd mee de gedachtegang van een ander echt te begrijpen. In de gespreksgroep op woensdagmorgen doen we er pogingen toe, maar of het altijd écht lukt?

Er zijn grote verschillen hoe we ons geloven beleven en erover spreken. Grote verschillen in waar we zelf accenten leggen als we lezen in de bijbel. We spreken verschillend over wie God voor ons is, wat verzoening voor ons betekent en of we geloven in de hemel. De een houdt van traditionele formuleringen in een kerkdienst, een ander meer van een losse sfeer in de kerk. Je houdt van een mooi lied, maar wat de een mooi vindt, is anders dan waar de ander door aangesproken wordt. Voor de één is de kerk mét orgel onmisbaar, de ander vindt het prima om in de benedenzaal van de Mirtekerk een dienst te hebben… De één spreekt weinig over haar of zijn geloof met een ander, terwijl een ander het liefst dit met ieder wil delen. Zo spreken we verschillende ‘talen’.

Daar komt nog bij dat al in Handelingen het ook een ratjetoe van mensen was. Ze kwamen uit alle lagen van de bevolking, die zich lieten dopen. Van slaaf tot weduwe tot militair. Dat maakt de kerk nog altijd tot een unieke plek. Wat onze achtergrond ook is, we zitten in dezelfde banken in de kerk en spreken elkaar aan bij de voornaam. We zijn zelfs broeders en zusters van elkaar. Pinksteren is de geboorte van de kerk. En al vanaf het begin van de kerk horen al die mensen erbij, met hun eigenheid, hun kleur. Vanaf het begin is de kerk ‘veelkleurig’. Gelukkig maar. Al zijn we vergrijsd, we moeten nooit ‘grijs’ worden en allemaal op elkaar gaan lijken. We hoeven niet allemaal hetzelfde te geloven, maar mogen vele talen spreken.

Maar doen we ook ons best dit te delen met elkaar en elkaar daarin te verstaan? Hoe we ons door God aangesproken weten en hoe geloven ons heeft gevormd en vormt in ons leven? Zien we hoe God tot ons, in onze eigenheid, spreekt? Het werk van de Heilige Geest is niet in te kaderen. Een mooie zin vind ik dat in het lied dat we misschien wel weer met Pinksteren zingen ‘Samen in de naam van Jezus’ (Opwekking 167): de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt.

De Geest helpt ons om God te zien, te begrijpen, te verstaan in onze eigen (geloofs)taal.

En dan komt de grote uitdaging: dan moeten al die mensen, die door de boodschap van de leerlingen worden aangesproken, toch iets met elkaar! Ze worden één gemeente en breken het brood met elkaar. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. In het Bijbelboek Handelingen zie je al dat er al snel ruzies komen over dat bepaalde groepen worden voorgetrokken boven andere, en vragen over wie erbij horen en wie niet, en hoe je daar op een goede manier mee om moet gaan. Uiteindelijk wordt dan steeds wel gestreefd om de gemeente, ondanks de verschillen, bij elkaar te houden.

Voor mij is dat bij uitstek de kerk, als lichaam van Christus. Een groep mensen die niet ideaal en niet perfect zijn, een groep mensen met verschillende kleuren, die toch samen door God uitgekozen en gebruikt worden om Zijn lichaam te zijn in deze wereld. Dat lichaam vormen we niet omdat we het zo goed met elkaar kunnen vinden, maar omdat we ons allemaal door diezelfde God aangesproken weten.

Ik hoop dat wij zo’n gemeente kunnen zijn en blijven. Ieder is welkom, met zijn of haar eigen aardigheid en achtergrond, eigen (geloofs)taal, eigen successen en gekwetstheid, voorkeuren en verliefdheden, uitbundigheid en verlegenheid. Dáár mogen we ons door God gekend en aangesproken weten.

Iemand zei dat in de kerk misschien wel het motto moet gelden: ‘doe maar gek, dan doe je gewoon genoeg.’

Hoe denkt u over de mooie én lastige kanten van die veelkleurigheid? Praat er eens met een ander over!

Wout Huizing